Preek Kerstnacht 2022

20221224 Kerstnacht Jes. 9,1-3.5-6; Titus 2,11-14; Lc. 2,1-14

Twee weken geleden ontvingen wij in de abdij een aantal kinderen uit de Windhoek, de basisschool in ons dorp. Daar is het afgelopen jaar van de kleinste tot de hoogste groepen aan een project gewerkt over vriendschap. De aanleiding daartoe was de 1100e verjaardag van de overbrenging van het gebeente van Adelbert. In het levensverhaal van onze patroon wordt melding gemaakt van de vriendschap van Adelbert met Eggo, de oudste Egmonder die wij bij name kennen. En zo werd 1100 jaar later door de Egmondse jeugd in tal van vormen het thema van de vriendschap uitgewerkt. Er werd gesproken, gezongen, geschilderd, gekalligrafeerd, gedanst en toneel gespeeld om toch maar zoveel mogelijk facetten van de vriendschap aan het licht te brengen, ervan te leren, en ervan te proeven. En dat alles kreeg de weerslag in een boek, waarvan maar één exemplaar bestaat. Dat werd ons op 8 december officieel aangereikt. En zo is onze bibliotheek een uniek exemplaar rijker geworden. Wat zullen ze er over 1100 jaar over zeggen?

En vannacht hebben wij horen voorlezen uit een ander bijzonder boek dat handelt over vriendschap. Vriendschap tussen mensen, vriendschap tussen God en mens. Want waarover gaat het grote verhaal van de Schrift anders dan over die zoektocht naar een tochtgenoot om samen het leven te delen met al wat dat aan lief en leed meebrengt.

Kerstnacht, gewoonlijk hebben wij het dan over de geboorte van een kind in de kribbe met alle vertedering en opsmuk erbij. Maar als wij met die bril naar het gebeuren in Bethlehem kijken, zien wij misschien toch aan het wezenlijke voorbij.

Het grote boek van ons geloof begint met het verhaal van de schepping. Dat is de tuin waar God  de mens een plek geeft en waar Hij in vriendschap met hem verkeren wil.  Hij laat het hen aan niets ontbreken, maar dat blijkt voor de mens niet genoeg. Het hebben en houden, het pakken en pikken is hem liever dan het ontvangen en krijgen. Maar met zo’n houding is vriendschap een al te broos geschenk.  En met de vriendschap gaat ook de hof verloren en treft de mens een wereld die zich tegen hem keert.  Het kan verkeren, en het levert een boek op met veel zwarte en grijze pagina’s.

Maar als een ware vriend laat God het er niet bij zitten. En steeds weer steekt hij de hand uit, doet hij aanzoeken en maakt hij zich kwetsbaar om terug te winnen wat verloren is gegaan.

Maar hoe win je een ander? Menigeen denkt dat het kan met vuur en zwaard, met macht en getal, maar dan ga je over lijken en kom je bedrogen uit. Vriendschap win je niet door boven of tegenover een ander te gaan staan. Vriendschap win je door naast een ander te gaan staan en samen met een ander de weg te gaan, als het moet door water en woestijn.

En zo staan wij vannacht bij de kerststal en zien wij hoe kwetsbaar God zich maakt. Hij daalt af van zijn vermeende troon en laat zien dat je hem daar niet moet zoeken. Daar voelt hij zich niet op zijn gemak. Hij vindt er vreugde in onder de mensen te verkeren, samen met hen de weg te gaan van lief en leed, en zo vreugde en vriendschap te zien opbloeien.

En toch. Het kind in de kribbe, het is het begin van een weg die eindigt op het kruis. Wat in schamelheid begon, eindigt in nog groter schamelheid, een vloek voor de Jood, een aanstoot voor de heiden, maar teken van uiterste liefde voor wie weet van de dwaasheid van de liefde, die voor niets of niemand halt houdt.

Wij buigen vannacht voor het kind in de kribbe dat zijn handen naar ons uitstrekt. Het wil met ons de weg gaan, en het zal ons gaandeweg tonen dat niets of niemand ons scheiden kan van de liefde van God die ons hier rakelings nabij komt. Die met ons gaat door water en woestijn, die met ons wil aanzitten op plekken waar je het misschien niet verwacht. En die een leven lang mensen samenbrengt en verzamelt, gedreven als hij is door de Geest. Rijken en armen, verliezers en winnaars in het leven krijgen bij hem een plek aan tafel, want allen zijn kinderen van God zoals hijzelf, uniek en enig, kostbaar in Gods oog.

Gaandeweg zal hij in zijn doen en laten het hart van God openbaren, zijn liefde en vriendschap voor al wat leeft. En deze nacht begint hij er mee, hoe klein en weerloos hij ook is. Van heinde en ver komen ze naar de stal, hooggezetenen en mensen uit het veld, armoedzaaiers en mannen met schatten in de buideltas, ze zijn allemaal welkom bij dit kind dat vanaf den beginne mensen samenbrengt en verzamelt om één van hart en zin God te loven en het leven te delen, niet als concurrenten en tegenstanders, maar als broeders en zusters van elkaar.

Os en ezel vind je er, vertrouwde en vreemdeling, allemaal drommen ze rond dit kind dat ons ontwapent en nieuwe wegen doet gaan als tochtgenoten, geroepen om elkaar te dragen en te dienen met hem in ons midden. Vriendschap tussen hemel en aarde, vriendschap tussen heren en herders, tussen mensen van allerlei tong en taal, van culturen dichtbij en veraf. In de stal vallen allen verschillen weg, waar aller ogen zijn gericht op de kwetsbare gestalte van God in dit mensenkind. Hij is onze vrede.

Zo klinkt het in het lied van de engelen onder de blote hemel die geen grenzen kent en zich welft over alle mensenkinderen. Laat het niet blijven bij deze ene nacht, laat het lied niet uit ons hart verwaaien, maar moge de vriendschap van Gods mens geworden Woord ons spreken en zwijgen, ons zingen en zwoegen bezielen tot lof van Gods Naam en tot leven en vrede van allen op aarde. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden