Preek Hemelvaartsdag 13 mei 2021

20210513 Hemelvaart Hand. 1,1-11; Ef.1,17-23;Mc. 16,15-20
Hemelvaart van de Heer, wat moeten we ons daarbij in Gods naam voorstellen ? Lukas vertelt het heel plastisch en dan krijgt het nog een vervolg in de woorden van twee mannen in witte gewaden. Hun opmerking: ‘wat staan jullie naar de hemel te kijken?’ doet al vermoeden dat dat de verkeerde blikrichting is. Een vreemd verhaal waar menigeen niet goed raad mee weet. Wat wil dit tafereel nu eigenlijk zeggen?
Schriftverhalen moet je leren lezen zoals je ook je eigen leven moet leren lezen. Je moet thuis raken in de taal en ook in de voorstellingswereld. Dat vergt tijd, maar ook aandacht en invoelingsvermogen.
Als een verliefde ziel tegen vriend of vriendin zegt: Jij zachtgeplooide poes van mij’, dan weet elke puber dat je dat niet letterlijk moet nemen. Het is een beeld dat iets zegt over een relatie, over iets dat zichtbaar en onzichtbaar is.
Wanneer de Schrift ons vandaag spreekt over de hemel dan gaat het niet over een plaats of ruimte ver weg. In Jezus’ dagen was het woord ‘hemel’ een ander woord voor ‘God’. Denk maar aan de uitdrukking ‘koninkrijk der hemelen’ die identiek is aan ‘koninkrijk van God’. Dat kan ons helpen bij het verstaan van de uitdrukking: ‘Opgenomen worden in de hemel’ . Dat gaat niet over een plek ver weg in of buiten de kosmos, dat is thuis gebracht worden bij God. Opgenomen in de volheid van die relatie, geborgen en verborgen in God, die leven is. Delend in een intimiteit. Daarin deelt jezus ten volle, maar de leerlingen hebben nog een weg te gaan.
Lukas laat die hemelvaart van Jezus 40 dagen na Pasen plaats vinden. Daarin verschilt hij van Johannes bij wie Pasen, Hemelvaart en Pinksteren op een en dezelfde dag gebeuren. Nu kun je natuurlijk de vraag stellen: wie van de twee heeft gelijk? Maar misschien is dat niet de beste insteek en is het wijzer te vragen: wat wil Lukas ons duidelijk maken met dat getal veertig. Veertig jaar had Israël door de woestijn getrokken voor het binnenging in het beloofde land en Elia maakte een reis van veertig dagen vooraleer hij bij de berg van God aankwam. En Jezus heeft bij Lukas veertig dagen in de woestijn doorgebracht voordat hij aan zijn publieke optreden begon. Het getal veertig wijst dus op een tijd van voorbereiding en innerlijke verandering.
Tussen Pasen en Hemelvaart liggen bij Lukas veertig dagen. Een tijd van voorbereiding, van innerlijke verandering bij de leerlingen. Die tijd hadden ze nodig om te vatten wat het zeggen wil dat Jezus uit de dood is opgestaan. Zij wisten er aanvankelijk helemaal geen raad mee, want dood is dood, maar nee hij leeft. Maar gaandeweg hebben ze verstaan en is het bij hen binnengekomen dat dit afscheid niet het einde was. Ja, Hij de levende zelf is bij hen binnengekomen met zijn Geest.
De kruisdood van Jezus leek het bittere einde van een toegewijd bestaan aan God en mensen. Levend uit God, levend voor God, levend voor wat mensen leven geeft, een naam en een gezicht. Waarmee zou het leven meer gediend zijn, waarmee zou God meer geëerd zijn en waarmee zou Jezus meer trouw hebben kunnen zijn aan zichzelf?
Hij had bij Johannes in de rij gestaan en zich laten dopen. Dat was een overrompelende ervaring geweest. Hij was er innerlijk door aangeraakt en veertig dagen had hij in de woestijn nodig gehad om te beseffen waartoe de ervaring van Gods welbeminde zoon hem uitnodigde, waartoe ze hem riep.
En de rest van zijn leven laat zien hoe dat unieke zoon zijn hem niet verleidde tot zich laten gelden of zich ergens op laten voorstaan. Integendeel, hij leefde uit dat grote geheim van God, die leven geeft en mensen tot leven wekt.
En zo levend opende Jezus voor menigeen die niet in tel was, die geen naam en gezicht had, die in het verhaal van de groten niet voorkwamen tenzij als slaven en randfiguren, voor hen opende Jezus met zijn ontfermende blik de hemel. Die kleinen en geknechten wisten zich bemind, thuis bij God.
Maar de waarheid is weerloos en de wereld kent ander machten en krachten die enkel denken aan een hemel voor zichzelf of voor de happy few. Of die menen dat God een strenge selectie maakt, mensen buitensluit in plaats van uit te zien als de vader van de verloren zoon.
Misschien zou je mogen zeggen: Jezus leefde vanuit de hemel, Jezus leefde vanuit God en hij leefde naar God toe en in die beweging zocht hij al Gods kinderen mee te nemen.
Terwijl hij thuis was bij God, levend in en uit de liefde, werd hem door anderen dat leven ontzegd. En waar het God eigen is leven te geven, zijn de machten van deze eeuw de grote tegenspelers en zo eindigde Jezus’ leven aan het kruis.
De dood leek het laatste woord te hebben en de leerlingen van Jezus waren ten einde raad. Maar het leven van Jezus mocht dan wel een gewelddadig einde kennen, op de ziel van dit bestaan had het geweld geen greep. Leven uit God, leven voor God, daar heeft de dood geen greep op. God zelf heeft daar het laatste woord, zoals Hij er ook het eerste woord heeft dat leven geeft en tot leven roept.
Jezus is door de Vader die de ziel was van zijn zwijgen en spreken, van zijn bidden en beminnen, thuis gebracht. Hij is binnengegaan in het geheim van God en de liefde die hem een leven lang met zijn leerlingen verbond, die liefde heeft de leerlingen op een weg van veertig dagen nieuw leven ingeblazen.
Wanneer wij vandaag de hemelvaart van de Heer gedenken, dan gaat het niet om een ruimtevlucht de sterren voorbij. Het gaat om een opgenomen worden in het leven van God, om het thuis gebracht worden bij Hem uit wie Jezus als zoon een leven lang heeft geleefd, de dood voorbij.
En wij, wij die achterblijven, dienen niet naar de hemel te staren, maar ons te laten bewonen door de Geest die van Vader en Zoon uitgaat, opdat ook wij in het leven van alledag leven als kinderen van het Licht en heel het aanschijn der aarde mag worden vernieuwd.

Abt Thijs Ketelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden