preek broeder Thijs zondag 17 mei 2020

Apasen6 2020/2 Hand. 8,5-8.14-17; 1Petr. 3,15-18; Joh. 14,15-21

We hebben bewogen maanden achter de rug en hoe het allemaal verder moet of gaat, is nog verre van duidelijk.  Ineens bleek de maakbaarheid van het leven zich niet aan onze regels te houden. .

Maar eigenlijk is dat niets nieuws. Dat is eigen aan het leven, maar wie dat vergeet begeeft zich op glad ijs.

Vandaag reikt de liturgie ons drie lezingen aan, die ieder op een heel eigen manier getuigen van een crisis situatie en van de wijze waarop mensen daarop hebben gereageerd. Mogelijk kunnen we er iets van leren.

De eerste lezing sprak over de diaken Filippus. Het begin van zijn reis hebben we gemist, maar dat mag niet onvermeld blijven. De vervolging van de jonge Christengemeente te Jerusalem zorgde voor een vluchtpartij en een ongewilde verspreiding van de leerlingen. Dat was een dramatisch gebeuren. Een crisis. Zo ineens weg uit de vertrouwde omgeving, en wie weet of je nog ooit terug zult keren.

Een negatieve ervaring van formaat. Wat doet dat met je? Word je boos of agressief of raak je verlamd en apathisch door wat je overkomen is? Word je met ander woorden helemaal bepaald door wat je overkomt, van buiten af, of weet je een andere bron aan te boren die je er door heen helpt, ja die je zelfs nieuwe mogelijkheden doet zien. Filippus blijkt het ook als een kans te zien. En in dat Samaria waar men op gespannen voet leeft met de mensen uit Jerusalem, begint Filippus zonder het te weten een nieuw hoofdstuk te schrijven in de christelijke geschiedenis. Hij begint Jezus te verkondigen. Hij doet het beste wat je in een crisis kunt doen, leven uit je diepste bron. Niet wat hem overkomt, bepaalt zijn leven ten laatste, maar zijn vrije keuze. Filippus graaft diep en put uit het innerlijk kapitaal dat hij in zijn omgang met Jezus heeft opgebouwd.  Zijn vriendschap met Jezus, de weg van de navolging , die is de ziel van zijn bestaan en geeft kracht en energie. En vanuit die relatie investeert hij nu in andere relaties, hij zoekt mensen te winnen voor diezelfde vriendschap.  En daar wordt zijn innerlijk kapitaal niet kleiner van, maar het vermeerdert. Het bouwt een nieuwe gemeenschap op.

De crisissituatie blijkt nieuwe kansen, nieuw leven in zich te dragen, wanneer je je hart opent en je  met een luisterend oor ingaat op het stille wenken van de Geest.

Het fragment uit de brief van Petrus  confronteert ons al evenzeer met een crisissituatie. Ook daar blijkt de jonge gemeente in zwaar weer te verkeren. Ze heeft te maken met tegenkanting en kwaadsprekerij. Hoe je daar teweer te stellen? Ga je verbaal in het tegenoffensief, of nog erger, ga je op de vuist? Wordt het een welles of nietes debat, of wordt het zelfs een godsdienstoorlog? De geschiedenis is er helaas vol van, maar dan hebben we Petrus buiten spel gezet. Hij roept ons op altijd bereid te zijn tot het geven van verantwoording  voor onze handel en wandel, voor de hoop die ons bewoont, maar doe het met zachtmoedigheid.  Het evangelie is niet gediend met strijdgesprekken en vechtpartijen, maar met een oprechte en open dialoog om elkaars standpunten te leren verstaan en samen te zoeken naar een weg die toekomst biedt. Dat geldt in de kerk, in de betrekkingen tussen kerken en in het gesprek met de samenleving. Niemand heeft de hele waarheid in pacht en het leven is veel rijker en complexer dan wij vaak denken.

Hoe in de crisis, van welke aard dan ook, te handelen en je op te stellen. Petrus reikt ons een korte zin aan, die de motor kan zijn van ons doen en laten, van ons spreken en zwijgen. ‘Heiligt in uw hart Christus als de Heer’. Laat dat woord eens afdalen in uw hart, proef het en voel wat er gebeurt als dat de drijfveer van je leven wordt. Welke kracht en bemoediging gaat ervan uit?

En dan het evangelie. Crisis ten top. De korte episode die wij hebben gehoord, maakt deel uit van het lange gesprek van Jezus en zijn leerlingen op die laatste avond dat ze samen waren. Het verraad en de dood stonden voor de deur. Dan telt elk woord.

Jezus spreekt in dat uur niet over de verdeling van de uiterlijke boedel, zo die er al was, maar over de innerlijke boedel die hij aan zijn leerlingen nalaat. En die is meer waard dan goud en zilver. De Geest die hem een leven lang heeft bezield en gedragen, die zal de Vader op Jezus’ gebed ook aan hen geven. En dan staat er die prachtige zin, die al juist als het zinnetje van Petrus uitnodigt tot een lang moment van stilte, want het is alsof er op de avond van het leven nog een liefdesverklaring plaats vindt: ‘ Gij zult weten dat ik in mijn Vader ben en gij in mij en ik in u.’ ‘Gij in mij en ik in u’, dat kun je alleen maar zeggen als je van elkaar houdt.

En in één adem met de verzekering van zijn liefde geeft Jezus een gebod. Dat kan verbazing oproepen, want liefde en gebod gaan die wel samen? Maar dit gebod is de uitdrukking van zijn innerlijke drive, van de ziel van heel zijn bestaan: gij moet elkaar beminnen zoals ik u heb liefgehad.

Het innerlijk kapitaal dat de leerlingen in dat laatste uur ontvangen, is de liefde die de Heer hen toedraagt en de liefde waartoe hij hen oproept.

De crisis van onze dagen is niets nieuws, broeders en zusters. Nieuws is, hoe wij haar tegemoet treden en hoe wij verder gaan nu het licht weer stilaan op groen gaat. Waarin investeren wij dan en wat investeren wij? Natuurlijk, er moet brood op de plank, en voor velen zal dat een grote zorg zijn, maar we zullen maar een nieuwe samenleving kunnen opbouwen als het gebeurt met ons innerlijk kapitaal en als de harde munt daaraan ondergeschikt wordt gemaakt. Anders blijft alles bij het oude.

Bidden wij dan om de goede Geest, opdat het aanschijn van de aarde mag worden vernieuwd. AMEN.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden