Preek Abt Thijs 14 februari 2021

Bdhj6 20210214 Lev. 13,1-2,45-46; 1Kor. 10,31-11,1; Mc. 1,40-45

Het eind is nog niet in zicht, al lijkt er wel licht te dagen aan de einder. Maar voor menigeen duurt het te lang. De lockdown en de avondklok stuiten op verzet, en agressie en geweld ontsnappen her en der als aan een stoomketel onder druk. Je kunt ervan schrikken, je kunt er boos om worden, maar misschien doen we er beter aan goed te kijken en te luisteren wat dit gedrag ons te zeggen heeft en hoe er evangelisch mee om te gaan.

De liturgie van deze zondag reikt ons daarbij, wonder boven wonder, de helpende hand. Drie lezingen hebben we gehoord en elk op zijn manier gaan ze om met een crisissituatie.

Het boek Leviticus waaruit de eerste lezing genomen is, schrijft voor hoe te handelen bij bepaalde ziektes. Want ook in dat verre verleden had men weet van verschillen. De ene kwaal is de andere niet en daarmee is tegelijk gezegd, dat je niet alles over één kam kunt scheren.

Wanneer het vermoeden bestond dat het een besmettelijke kwaal betrof, dan diende je een test te ondergaan bij de priester, die in die tijd ook als dokter fungeerde. Dat is minder vreemd dat het nu misschien lijkt. Die mannen beschikten niet alleen over expertise, maar het ging tenslotte om een kwestie van leven en dood, en bij zo’n vraag was God in het geding. Wij mensen zijn geen heer en meester over ons eigen leven. Wij zouden dat misschien wel willen, maar het leven is een kwetsbaar en broos geschenk en dat verdient zorg en respect. Niet alleen je eigen bestaan, maar ook dat van anderen. Geen van twee mag je nodeloos in gevaar brengen.

En zo zien we vandaag hoe er in Leviticus niet alleen sprake is van een teststraat, maar ook van een gepaste afstand, zelfs meer dan anderhalve meter, om anderen niet te besmetten en hun leven niet in gevaar te brengen. Er is dus heden ten dage niets nieuws onder de zon met de maatregelen die genomen zijn.

Was dat gemakkelijk toen? Nee, beslist niet, je werd buiten het gewone maatschappelijke verkeer geplaatst totdat zeker was dat je geen besmettelijke ziekte onder de leden had. Dan mocht je terugkeren in de stad of in het dorp. Die handelwijze was er niet om mensen te straffen, maar om het leven van de gemeenschap en dat van jezelf te behoeden en beschermen.

Deed dat pijn? Zeker, want wie afgesneden was van het sociale verkeer, wie in zijn contacten was beknot, leefde eigenlijk al in de schaduw van de dood. Leven is immers relaties onderhouden, contact hebben met anderen, lijfelijk en geestelijk, en daar werd nu een grens aan gesteld. Dat is tegennatuurlijk, want we zijn voor iets anders geschapen.

Het is dan ook niet vreemd dat mensen zich ertegen verzetten, want we zijn niet voor de dood geschapen, maar voor het leven. Dan worden mensen mogelijk agressief zoals die man in het evangelie die in de macht van een onreine geest met stenen begon te gooien en anderen te belagen. In die agressie toont zich niet alleen een grote pijn, maar speelt mogelijk ook de duistere macht van het kwaad een rol. Onze oudvaders in de woestijn wisten al, dat de boze gebruikt maakt van onze zwakke plekken.

Maar hoe met uitsluiting en agressie om te gaan? Wat kunnen we leren uit die verhalen uit de Schrift?

Allereerst dit: niet schrikken wanneer de beknotting leidt tot boosheid en agressie. Het gaat er niet om dat goed te keuren, maar het is belangrijk mee te voelen. Je leven zal maar zo begrensd  worden, dat al wat je gedroomd had aan toekomst op de tocht komt te staan. Voor de een zal dat heftiger zijn dan voor de ander en daar speelt leeftijd ook een rol. Niet direct zeggen: het loopt toch niet zo’n vaart, maar meevoelen en meeleven met de ander die pijn lijdt, moeite heeft met de situatie. De priesters uit de teststraat in Leviticus waren geen pestkoppen die een ander de les lazen, nee, ze waren gewetensvolle dokters die zich bekommerden om het leven van ieder die in de teststraat kwam.

Meeleven, meevoelen. Maar daar houdt het niet mee op. Het is wel het vertrekpunt, want als je niet naast een ander gaat staan, maar erboven of er tegenover, maak je al gauw brokken.

Het feit dat de pijn aan het leven zich dezer dagen zo agressief uit, zegt niet alleen iets over de mensen die zich zo uiten, het zegt ook iets over de verborgen macht van hat kwaad en vermoedelijk zegt het ook iets over onze samenleving. Wordt de nood voldoende verstaan, wordt er meegeleefd en geluisterd? Zijn we niet verzeild geraakt in een cultuur van algoritmen, vooroordelen en etiketten plakken, in plaats van een schouder te geven waartegen je kunt leunen of uithuilen?

Meeleven, daarmee moeten we beginnen, willen we mensen winnen en in hun waarde laten. Maar daarmee zijn we er nog niet, zegt de Schrift. Het leven is geen optelsom van individuen, maar is een gemeenschap van personen. Het eerste testament spreekt veelvuldig over volk van het verbond, het tweede testament spreekt over het lichaam van Christus. En het afgelopen jaar zijn we met de neus op de feiten gedrukt. Als we niet zorgen voor dat lichaam dat we samen vormen, dan ligt de dood op de loer. Dan nemen we de verantwoordelijkheid niet die we voor elkaar hebben en nemen de besmettingen toe, dan woekert de dood in ons midden, letterlijk maar ook figuurlijk. Want waar het samen van het samenleven verdwijnt, raakt de mens in een isolement en creëren we precies wat we niet willen: een geïsoleerd bestaan, afstand die een voorsmaak is van de dood.

Zorg en aandacht voor elkaar, wordt daarmee niet samengevat wat de Schrift ons vandaag aanreikt ?

Leviticus is er een sprekend voorbeeld van, in het evangelie zie we hoe Jezus de melaatse uit zijn isolement haalt. De man moet op afstand blijven, maar geeft stem aan zijn nood. ‘Als ge wilt, kunt ge mij reinigen’. Hij zegt niet dat Jezus hem moet genezen.  Natuurlijk wil hij dat, maar in het woord ‘reinigen’ komt haarscherp tot uitdrukking dat het er om gaat opnieuw een plek te krijgen in de groep, in de samenleving, om werkelijk te kunnen leven als mens, lijfelijk en geestelijk.

En Jezus doet wat niet mag. Hij blijft niet op afstand zoals voorgeschreven is. Hij raakt hem aan en daarmee raken wij aan het geheim van God die zich met ons verbonden heeft op leven en dood. Hij neemt ons aan, zo ook vandaag, nu hij met ons zijn leven deelt, gebroken ten leven. AMEN.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden