Preek 18 december 2022

Adv4 2022 Jes.7,10-14; Rom. 1,1-7; Mt. 1,18-24 

 

In kranten en tijdschriften zijn sinds enige tijd regelmatig bijdragen te vinden over vrouwen of ouderparen die geen kinderen willen vanwege de situatie waarin de wereld verkeert. Volgens sommigen is de wereld al overbevolkt, anderen zien van kinderen af vanwege een ongewisse toekomst door de klimaatcrisis en de zorgen om de toestand van onze planeet. Al die argumenten klinken heel plausibel en verdienen respect. Mensen geven zich er blijkbaar rekenschap van dat je voor een kind goed moet zorgen en dat  begint al voor de geboorte. Maar in het licht van de schriftverhalen van vandaag is er bij zo’n beslissing misschien toch ook een vraag te stellen.

Koning Achaz had te maken met een heel dreigende situatie. Zijn koninkrijk werd van diverse kanten belaagd en het was voor hem  geen vraag hoe dat zou aflopen. Hij beefde als een riet in het woud als hij eraan dacht. Alles leek verloren, toekomst zag hij niet meer. En het woord van de profeet: ’ vertrouwt ge het niet, dan houdt gij het niet’, gaf precies aan hoe het er voor stond. Achaz geloofde er niet meer in. Hij was het tegendeel van president Zelenski. Die spoort zijn volk dagelijks in zijn toespraak aan: Blijf geloven in de toekomst van een vrij Oekraïne, ook al zien wij nu geen hand voor ogen. Want wie niet durft dromen en hopen, wie niet gelooft in verandering, in omkeer en nieuw leven, is bij zijn leven al de dood nabij. Achaz waagt het niet, en dan moet de bemoediging van een andere kant komen. De profeet kondigt de ontvangenis en de geboorte van een zoon aan die een naam krijgt die de klank heeft van een act van vertrouwen. ‘Immanuël’, zal hij heten, ‘God met ons’. Hoeveel mensen zullen het hebben opgemerkt? Het was immers een gebeuren in de marge van het grote en rumoerige wereldtoneel. Geen vreeswekkend wapen ter verdediging, maar juist een heel kwetsbaar leven dat om bescherming vroeg. Toekomst, heel fragiel, maar ontvangen als een belofte uit Gods hand. Dit kind is niet door mensen gemaakt, maar het is ontvangen in geloof dat er toekomst is, dat het eerste en het laatste woord aan Gods scheppende Geest is, die vanaf het begin de chaos bedwingt en leven tevoorschijn brengt.

In het evangelie is er ook sprake van een kind dat zich aandient. Wij hebben het zojuist gehoord. En Jozef weet er aanvankelijk geen raad mee of moeten we zeggen, dat het hem dusdanig overvalt, dat hij aarzelt en zijn reactie eerder afwijzend is. Nu lijkt daar ook alle reden toe, want het verhaal vertelt ons dat het kind uit de adem van God voortkomt. Aan de oorsprong van dit bestaan staat niet de menselijke potentie, maar Gods lichtende overschaduwing. Hier wordt een kind geboren uit Gods verlangen. Dat gaat ons begrip te boven zoals het leven zelf ons te boven gaat. Wij mogen wel denken het leven in de hand te hebben, alles te kunnen maken, maar als het erop aankomt, wat is dan de mens? Wij zijn niet ons eigen maaksel, wij worden elke dag opnieuw geboren uit de adem van God.

Jozef wordt geconfronteerd met een kind dat in zijn dromen niet voorkwam, dat hem wordt aangereikt van alzo hoge en alzo ver. En wat doet deze Jozef? Zal hij zich gedragen als zijn verre naamgenoot uit het boek van de schepping, die zich over zijn broeders ontfermde, toen hun leven op het spel stond? Zal hij een dromer zijn van bevrijdende dromen of zal hij de deur van zijn hart sluiten?

Jozef denkt na en maakt in stilte plannen, hij wikt en weegt. Een hoofdstuk verder in het verhaal zal een ander in stilte ook plannen maken en dan pakt het heel anders uit. Herodes maakt in stilte plannen het kind uit de weg te ruimen, want hij ervaart het als een bedreiging voor zijn troon. Hier is het Jozef die in stilte wikt en weegt, hij zoekt zijn plek en de vraag is of er bij hem plek is voor dit mensenkind, dat hem wordt toevertrouwd. Hij had het zich vermoedelijk anders voorgesteld. Hij droomt ervan en het laat hem niet los. En in zijn droom gaan engelen om, voegen zich oude woorden samen tot een nieuw verhaal, tot een aanspraak waar hij ja op zegt.

Jozef die wij in het hele evangelie geen woord horen spreken broeders en zusters, hij wordt geroepen om het kind een naam te geven. En met die naam zal hij dit kind ook een gezicht geven, krijgt het een plek en plaats in een lange rij van geslachten. Want wie zíjn wij, als we niet worden opgenomen in een kring, in een familie?  De Schrift, dat boek van ons geloof, ruimt vanaf het begin veel plaats in voor genealogieën, voor geslachtslijsten. Die vertellen op hun heel eigen wijze dat ons bestaan verweven is met dat van anderen en dat in dat verband een zegen en een belofte ligt opgesloten van Gods wege. Jozef wordt uitgenodigd dit kind een plaats te geven in de geslachtslijst van Abraham, waarin koning David zo’n prominente plaats heeft. Daarmee wordt deze boreling niet alleen onttrokken aan een naamloos bestaan, maar wordt hij ook deelgenoot van een belofte. Jezus zal hij heten, God redt, en in die naam ligt de hoop en de verwachting uitgesproken, dat dit kind Gods geschiedenis zal herschrijven, dat in hem het oude verhaal van God-met-ons zal herleven in een nieuwe en oorspronkelijke vorm.

Jozef wordt geroepen en uitgenodigd het leven te hoeden door zich niet af te wenden van het kind dat om een plaats vraagt in de keten der geslachten. Het wordt hem toevertrouwd als een belofte die zijn stoutste dromen te boven gaat.

Waartoe zijn wij op aarde? Zijn wij niet allen als Jozef geroepen om de deur van ons hart wijd te openen om het kind te verwelkomen, die onverwachte gast, die vreemdeling die vraagt om te worden opgenomen als kind van God, als God-met-ons, opdat de mensenliefde van God de oppervlakte van de aarde zou vervullen zoals het water de bodem van de zee bedekt. Geroepen worden wij om Gods mens geworden woord te dienen als geen ander.

Bidden wij dat wij  onze roeping leren verstaan en er met het geloof en de toewijding van Jozef naar handelen. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden