Dankwoord van abt Thijs aan oud-abt Gerard 24 juni 2020

20200624 woord tot br. Gerard Mathijsen
Als slotakkoord van deze viering wil ik een bijzonder woord van dank richten tot br. Gerard, die mijn
voorganger is in de dienst die mij nu is toevertrouwd.
Beste broeder Gerard, – die titulatuur is nog even wennen – ik gebruikte zojuist het woord
voorganger, en dat is niet zonder reden. Voorganger ben je in de tijd, en wat voor een tijd. Liefst 39
jaar heb je de communiteit geleid, waarvan 36 jaar als abt, maar ook voorganger als de man die mij
heeft laten zien wat een abt moet zijn.
Die 39 jaar zal ik niet halen, vermoed ik, tenzij ik de Egyptische oudvader Shenouda van Atripe naar
de kroon mag steken, die 116 jaar is geworden. Maar in het leven gaat het nooit om kwantiteit, noch
in aantal noch in duur, maar gaat het om evangelische kwaliteit. En daarvan heb je in de 39 jaar
ruimschoots blijk gegeven. Voorganger ben je geweest van en voor de broeders, en daarmee ben je
voor je opvolger een voorbeeld om zijn voordeel mee te doen.
Veertig min ‘’eén waren je dienstjaren. Ik hoop dat ze niet gevoeld zijn als de veertig min één die
Paulus ten deel vielen tijdens zijn missiereizen. Het waren ongetwijfeld soms tropenjaren, maar je
hebt in je handel en wandel nooit laten merken dat het een lijfstraf was zoals de apostel moest
ervaren.
Je hebt je dienst met al de gaven waarover je beschikt, vervuld en daar kunnen we als gemeenschap
je niet genoeg voor bedanken. Je hebt je naar binnen toe steeds voor iedere broeder ingezet en naar
buiten toe had je een bijzonder charisma om Egmond op de kaart te zetten en mensen iets mee te
geven van de monastieke wijsheid, die je je eigen had gemaakt.
Veertig jaar is volgens de Schrift de leeftijd van de woestijngeneratie. Die heb je net niet volgemaakt
en het is te hopen en te wensen dat het jaar dat je nu binnentreedt de smaak mag krijgen van het
beloofde land. Alle beslommeringen en lasten die een abbatiaat met zich meebrengt, mag je nu
achter je laten en het zij je gegund nu van de otium monasticum te genieten, al hoop ik toch nog van
je goede raad te mogen profiteren.
Velen buiten de kloosterpoort hadden je graag de hand gedrukt en persoonlijk bedankt voor alles
wat je voor de kerkgemeenschap en tal van mensen hebt betekend. Dat is hun in deze corona tijd
niet gegeven. Jij zelf bent er niet rouwig om, integendeel, je was blij dat het virus je een handje hielp
om aan zo’n afscheid te ontkomen. Maar namens die tallozen zeg ik je dan dank en wie weet, komt
er toch nog ooit een moment om uitdrukking te geven aan die dank.
Wij als broeders hadden graag samen met jou gezien, dat je bij je aftreden een communiteit kon
achterlaten, groot in getal en getalenteerd met tal van gaven. Dat is anders gelopen, en als we de
Schrift mogen geloven heeft de Heer het niet zo op mensen die steunen op macht en getal. Zelfs de
grote koning David moest die leerschool doormaken. En de profeet Jesaja wijst ons een andere weg
wanneer hij zegt: ‘in stilte en vertrouwen ligt uw kracht’. Vertrouwen en volharding worden van ons
gevraagd.
Van dat vertrouwen en van die volharding ben jij, beste broeder, tot op de dag van vandaag een
levend exempel in onze gemeenschap. Aan de slip van die mantel willen wij ons dan ook vastklampen
en zo blijf je voor ons een voorganger, ook in de dagen die komen. Mogen wij dan samen onder het
geleide van het evangelie bouwen aan de toekomst die wij van God verhopen. En dat God, zoals jij
steeds hebt geprobeerd, in alles mag worden verheerlijkt. Dankjewel.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden