Preek 1 augustus 2021

Het Johannesevangelie vermeldt de instelling van de eucharistie niet in de beschrijving van Jezus’ laatste samenzijn met de leerlingen de avond voor zijn lijden. Maar centraal en uitgebreid krijgt de broodrede een grote plaats in het optreden van Jezus, zijn zelfopenbaring aan zijn tijdgenoten.

De mensen zijn enthousiast, zij zoeken Hem op, lopen Hem na, en stellen hun vragen. Maar wat en wie zoeken zij precies? Jezus ontmaskert hun motieven, niet om hen beschaamd te zetten, maar om hen dieper te doen verstaan, Hij wil en zoekt hen naar een dieper niveau te leiden. Het gaat niet om brood dat even de honger stilt; het gaat om levend Brood, dat voedsel is om blijvend te leven, het gaat om brood uit de hemel waarvan het manna dat de Joden bij hun uittocht uit Egypte ontvingen in de woestijn, een voorsmaak en een voorafbeelding is. De mensen die Jezus achterna zijn gekomen willen méér brood, wensen een herhaling van het broodwonder dat zij de vorige dag hebben meegemaakt. Jezus zoekt begrip voor de zending die de Vader Hem gegeven heeft. Dat Hij gekomen is om ons uit te nodigen tot persoonsgemeenschap met Hem in wie de menslievendheid van God lichamelijk aanwezig is. Door geloof in zijn Persoon brengt Hij een nieuwe gemeenschap tot stand, waarin Hij zich helemaal aan ons geeft en ons leven een onvermoede wonderbaarlijke volheid geeft.

Afgelopen week was het vijf jaar geleden dat in de buurt van Rouen de 85-jarige priester Jacques Hamel door twee doorgeslagen extremistische jongeren de keel werd doorgesneden terwijl hij de Mis vierde. Het drama schokte Frankrijk en velen daarbuiten, zeker ook uit de Islamitische wereld die daardoor het stempel van barbarij opgedrukt kreeg. Wij christenen vergeten dan maar al te gemakkelijk wat in naam van onze godsdienst door ontregelde lieden is gebeurd. De tien jaar jongere, maar dus ook niet meer zo jonge zus, logeerde juist bij haar broer en was door het gebeuren hevig ontdaan. Met de hulp van een andere dame heeft zij haar herinneringen aan haar broer te boek gesteld, en Adveniat heeft een vertaling verzorgd. Wij krijgen een inkijk in het leven van een eenvoudige Franse dorpspastoor, zonder franje. Een gebroken gezin, een moeilijk levende vader die zijn zoon wel naar het klein seminarie wil laten gaan omdat hij daar een goede vorming krijgt, maar allerminst enthousiast is als de jongen echt roeping blijkt te hebben en doorzet om priester te worden. Bij de wijding kijkt de moeder, verborgen achter een pilaar toe.

Abbé Jacques dient op vele plaatsen, Hij moet ook legerdienst doen, en komt als soldaat in Algerije. Met een konvooi rijden zij in een hinderlaag waarbij al zijn kameraden sneuvelen en hij als enige er door komt. Heel zijn verdere leven heeft hij zich afgevraagd wat daarvan de bedoeling zou kunnen zijn? Ook na zijn 75e blijft hij in functie en met toewijding en overgave. Hij heeft een bescheiden en zeer vredelievend karakter, maar de koster vertelt de zus dat hij ook heel opvliegend kan zijn. Zij heeft hem zo nooit meegemaakt en wil het niet geloven. De koster zegt dan tegen de pastoor: Monsieur l ’abbé, ik zie dat in de kelk nog wat kruimels zijn: wat zal ik ermee doen? Het gezicht van de priester betrekt en hij schiet uit zijn slof: “weet je niet dat het niet gaat om broodkruimels maar om het Allerheiligst Lichaam van onze Verlosser?” De eucharistie was het voedsel van zijn leven.

Daarom vertel ik hier zijn verhaal: een leven lang heeft hij dagelijks echt geleefd vanuit de eucharistie, intiem verbonden met de Heer. Als kerkelijk bedienaar voelde hij zich ook innig verbonden met zijn diocees en respecteerde hij de kerkelijke overheid. In een tijd waarin wij zoveel schandalen te verwerken krijgen van mensen die de kerk een slechte naam bezorgen is hij een voorbeeld dat laat zien hoe de kerkelijke roeping mensen ook met elkaar en met het leven kan verzoenen, en hun menselijke waardigheid in het licht stelt.

Abbé Hamel had grote devotie voor Charles de Foucauld en voor de trappisten van Tibirhine die als martelaren stierven uit liefde voor Christus en voor hun Islamitische vrienden. Het is niet waarschijnlijk dat hij er ooit aan heeft gedacht dat hem iets dergelijks zou overkomen. Zijn vreselijk einde stelt in het licht dat er nog altijd veel verborgen heiligheid is in de kerk, en dat de eucharistie een schat is die ons geestelijk leven heiligt en voedt en ons met onze medemensen verbindt in oprechte broederlijkheid. Daarvoor mogen wij dankbaar zijn. Laat ons dat vieren in deze eucharistie.

br. Gerard Mathijsen

Zondag 18 dhj B 1 augustus 2021-07-25 Ex. 16,2-4+12-15; Ef. 4, 17-+20-24; Joh. 6, 24-35.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden