Egbert van Holland, Aartsbisschop van Trier

Graaf Dirk II en gravin Hildegard hadden drie kinderen: Aernout, die zijn vader zal opvolgen
als Graaf van Holland, vervolgens de tweede zoon Egbert en een dochter Erlinda die
van haar blindheid genezen werd op voorspraak van Sint Adelbert. Egbert van Holland werd rond 950 geboren
en werd in de Abdij van Egmond opgevoed. Egbert werd zelf ook getuige
van de wondermacht van Sint Adelbert. De Vita van Sint Adelbert, het levensverhaal dat werd opgetekend
door de monnik Rupert van Metlach in opdracht van Egbert zelf, beschrijft dit wonder als volgt;
“Deze zo onbekrompen graaf kreeg een zoon die hij Egbert noemde, die hij uit godvrezendheid bestemde
voor een geestelijk ambt. En in een zeker jaar toen deze – reeds volwassen – het ambt van subdiaken
vervulde, werd hij daags na Palmzondag door een hevige koortsaanval bevangen en door het felle aanhouden
had hij er tot het feest van onze heilige (25 juni) veel last van. Toen hij echter uit vertrouwen op de wondermacht
van de zeer vrome belijder had besloten met de anderen de plechtige hoogmis mee te vieren, genas hij zo volkomen
van zijn ziekte of hij er nooit door getroffen was.

Inhoud van de blog

01. Inleiding
02. Sint Adelbert, Apostel van het Kennemerland
03. Het eerste klooster
04. Tot Abdij verheven
05. Egmond in de 2e wereldoorlog
06. De Abten van Egmond
07. Graaf Dirk II en Gravin Hildegard
08. Het evangelieboek
09. Het gouden altaar
10. De legende van de steen ostelaen
11.  Egbert van Holland, Aartsbisschop van Trier

Verheugd over het verdwijnen van zo’n kwelling, vervulde hij tijdens de misplechtigheid zijn taak met volle overgave. Hij is dus de Egbert die tegenwoordig – nadat hij van Godswege het pallium van het aartsbisschopsambt had gekregen – de kerk van Trier bestuurt, met evenveel energieke en vrome gedrevenheid als een rijp en bezonken oordeel.”

Na zijn opleiding in Egmond maakte Egbert snel carrière in de hiërarchie. Hij werd toegevoegd aan de door Aartsbisschop Bruno van Keulen geleide Keizerlijke Hofkapel van Keizer Otto I. in 976 werd Egbert Kanselier van Keizer Otto II, en met zijn steun volgde hij in 977 Aartsbisschop Dietrich I van Trier op.


Egbert van Trier, in de Codex Egberti.

Als aartsbisschop van Trier heeft Egbert zich ingezet voor de kloosterhervormingen in zijn bisdom en tevens heeft hij zijn primaatschap tegenover andere bisdommen verdedigd.

Ik wil hier ingaan op de band van Aartsbisschop Egbert met onze abdij. Net als zijn ouders en zijn broer blijkt Egbert gedurende zijn leven een weldoener voor onze abdij. Vlak na zijn wijding tot bisschop bij gelegenheid van de kerkwijding van de 1e abdijkerk doet hij een grote schenking.

In de kroniek van de abdij lezen wij:
“ Omtrent dezen tyd ( van de kerkwijding ) heeft de H. Egbert, aartsbisschop van Trier, van wiens heiligheit ik breeder meldinge gedaan heb in de jaar-boeken van Holland, zoon van Grave Diderik van Holland, een altytdurende gedachtenisse in ’t klooster van egmond verdient: want hy heeft aan ’t  zelve een groot stuk van ’t Kruis des Heeren, in ’t goud gezet, vereert, met een Casuyffel, als ook een Bybel, een zeer schoone Stole, met een Opper-Diakens-Koorkleet, Dalmatica genaamt, een Diakens Onderkleet, een Misboek, een gouden Capittelstok, een uitlegging over het groote Psalm-boek, een Passie-boek met drie stemverheffingen, een zilvere kasse voll Overblyfzelen der Heiligen, en een groot deel, zo men gelooft, des licchaams van den H. Agatha, met veele boeken, en H. Overblijfzelen. “ 

De vermelding van de vele boeken is in onze ogen misschien wat overdreven, het gaat hier over zestien boeken, maar wij mogen niet vergeten dat een boek in de vroege middeleeuwen iets bijzonders was. Een boek werd in deze tijd met de hand geschreven en was een precies werk waar soms meer dan een jaar aan gewerkt werd. Dus een geschenk van zestien boeken was een echte bijzonderheid.

Behalve de in de bovenstaande passage genoemde bijbel, misboek, het commentaar op de Psalmen en het passieboek welke duidelijk voor de Liturgie bestemd waren heeft de boekenlijst verder een aantal boeken die wij in twee groepen kunnen splitsen. De eerste groep bestaat uit een aantal boeken met heiligenlevens. Bijvoorbeeld een boek over de woestijnvaders en een boek over drie Heilige Aartsbisschoppen van Trier. De andere boeken zijn duidelijk aan te merken als studieboeken of boeken die bij een monastieke opleiding horen. Hieronder zijn bijvoorbeeld boeken over grammatica, rekenkunde, muziek en metriek. Maar ook boeken van Augustinus, over de Bergrede en verweren tegen verschillende ketterijen, en een boek met de preken van Johannes Chrysostomus. Ik vind het een bijzonder idee dat iemand die zijn eerste opleiding in deze abdij heeft gedaan door het geven van boeken bijdraagt aan het verder kunnen opleiden van anderen.

Hoewel de gift van Egbert al bijna duizendvijftig jaar geleden is gedaan geldt nog steeds die ene zin uit de passage die ik hierboven heb aangehaald; “Omtrent dezen tyd heeft de H. Egbert, aartsbisschop van Trier, …. een altytdurende gedachtenisse in ’t klooster van egmond verdient. Tot op de dag van vandaag gedenken wij nog steeds zijn vrijgevigheid en vieren zijn kerkelijke gedachtenis op zijn feestdag.

In het volgende blog wil ik ingaan op het volgende deel van de schenking van St. Egbert, de zilveren schrijn met relieken. Ik wil u laten kennismaken met het wel en wee van de reliekschat van onze Abdij.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden