Preek 21 juni 2024

PREEK B16 20240721 H09 Mk 6,30-34

Een heel toepasselijk evangelie voor deze vakantietijd. Jezus nodigt de leerlingen uit om na het volbrengen van hun missie even afstand te nemen en uit te rusten. Een vakantieperiode om op verhaal te komen. Die insteek kan ons vandaag misschien helpen om het evangelie met vrucht te overwegen en er ook ons eigen leven in te herkennen.

Maar toch. Vooraleer we aan die vakantie beginnen, mogen we niet vergeten dat die evangelielezing vandaag gekoppeld wordt aan een passage uit de profeet Jeremia. Daarin worden harde noten gekraakt en ferme uitspraken gedaan. Stof genoeg dus voor bezinning tijdens die rustperiode.

Zowel het evangelie als de profeet spreken over herders en het uitoefenen van het herderschap. Herder en hoeder van mensen zijn, het is een taak die ieder mens is toebedeeld. Elk op zijn eigen plaats en met zijn eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheid.  Als de leiders van het volk, de koning voorop, zich niet gewetensvol kwijten van hun taak, als rechtvaardigheid en eerlijkheid in het bestuur ontbreken, dan breken er donkere tijden aan. Dan blijft er van dat beloofde land bitter weinig over, vallen mensen uit de boot, worden de kleinen het kind van de rekening en is het einde vervreemding en ballingschap in plaats van broederschap en wonen in de schaduw van Gods huis.

Die roeping van ons mensen lijkt vanzelfsprekend. Maar een blik om ons heen en een eerlijke blik naar binnen tonen ons hoe moeilijk ons dat soms valt. Duistere praktijken, eigenbelang, mensen zomaar laten vallen, krant en tv maken er dagelijks melding van..

Wie de woorden van Jeremia hoort en overweegt, beseft dat integriteit en rechtvaardigheid nooit een vanzelfsprekende zaak zijn geweest. Toen niet en nu niet. In ons menselijk bestaan met zijn roeping tot hoeden en herderen van de naaste ligt de verleider met zijn zucht naar grijpen en knechten altijd op de loer. In het groot en in het klein. Soms heel openlijk, soms heel subtiel en verborgen. Het vraagt een gedurig onderscheiden of het innerlijk kompas nog zuiver staat afgesteld of dat we ons op dwaalwegen bevinden, die vragen om een ommekeer om onze bestemming niet te verzaken.

De leerlingen hadden blijkens het evangelie een succesvolle tocht achter de rug. Zij brachten Jezus enthousiast verslag uit van hun doen en laten. Maar de drukte maakte een geregeld bestaan vrijwel onmogelijk. Er was zelfs geen tijd om te eten. Het commentaar van Jezus op dat alles is veelzeggend. Geen lang verhaal, maar de uitnodiging om mee te gaan naar een eenzame plek, Oord van verkwikking, plaats waar je op adem kunt komen en je eigen naam mag horen, maar ook plek van beproeving, waar je de schaduwkanten van je bestaan niet kunt ontlopen: mens wie ben je, waartoe ben je op aarde, wat heb je van je bestaan gemaakt?

Vakantie, tijd van verpozen, van uitrusten, van een nieuwe orde vinden in je bestaan, niet aan jezelf voorbijlopen zoals het bij de leerlingen dreigde te gebeuren, niet aan anderen voorbijlopen: ben ik wel mijn broeders en zusters hoeder en herder. Waar draait het om in mijn bestaan?

Zo’n vakantie, zo’n Deo vacare, is niet altijd direct een plezierreis. Je komt er jezelf onherroepelijk tegen, met je licht- en schaduwzijden. De woorden van Jeremia zijn in eerste instantie een bittere pil, maar wie die medicijn neemt, krijgt nieuw leven aangereikt, een nieuwe toekomst. Het leek erop of het allemaal niets meer zou worden, of de kanker zo had ingevreten dat het oude bestel ongeneeslijk was, maar diezelfde kritische profeet spreekt ook een woord van leven. Het mag gegaan zijn zoals het is, we mogen onze roeping hebben verkwanseld of verdaan, een dubbele agenda hebben gevoerd. Het hoeft het einde niet te zijn. Ook nu nog wordt ons een nieuwe kans geboden. God zelf stelt zich garant voor nieuw leven. Midden in de dood, in de mislukking en vervreemding blijft hij met ons begaan, toont Hij zijn compassie. Maar voor je die stille stem mag horen, moet je eerst de drijfwolken laten overtrekken van het jachtige bestaan van alledag, de donkere wolken ook van wat niet goed was en van de kwetsuren je aangedaan, de orkaan misschien van passies en jaloezie. Wie weet, lijkt het erop dat je door dat alles overspoeld wordt. Een stortvloed van indrukken en gevoelens, terwijl jij dacht in de stilte op verhaal te mogen komen. Zo kan het gaan, maar wees niet bang. Laat het allemaal maar komen, maar laat het ook gaan. Laat het los, zie het onder ogen en leg het aan de voeten van Hem die de storm tot bedaren brengen kan en orde kan scheppen uit de chaos.. Geef het allemaal uit handen. Wie weet wordt je dan de luwte geschonken van de stille bries, van de zachte adem van Gods Geest, die een nieuw begin van leven geeft. De diep stilte waarin je werkelijk op adem komt.

De Heer doet ons vandaag zijn aanbod om deze dagen met hem een stille plek op te zoeken, binnen te gaan in de binnenkamer van ons hart en Hem er zijn werk te laten doen. Moge zijn mededogen ons daar dan raken, helen en herscheppen tot mensen die leven voor elkaar, die hoeden en herderen met de vrede van Christus in ons hart. Want daartoe zijn wij geroepen en genodigd, elke dag weer. Amen.

Abt Thijs Ketelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden