Preek 11 september 2022

Zondag XXIV C 10 september 2022

Ex. 32, 7-11+13-14; 1Tim. 1, 12-17; Lc. 15, 1-32

We zoeken allemaal onze weg door het leven, waarbij we ons oriënteren op de realiteit, in de kleine kring van wat ons het meest nabij is, familie, werk en sociale contacten, en het grotere verband van samenleving en politiek. En we proberen dat te laten rijmen met de diepere lagen van onze wereldbeschouwing, onze geloofsovertuiging. Om die te voeden en te sterken vieren wij liturgie, waarin wij in contact komen met de wortels van ons geloof, samen luisteren naar Gods woord, en deelnemen aan de eucharistie.

Vandaag horen wij een lang evangelie. Parabels die behoren tot de meest gekenden van het Evangelie: die van het verloren schaap, van de verloren drachme, en vooral de verloren zoon. Wie kent niet de beroemde voorstelling door Rembrandt, en heel veel mensen zijn onder de indruk van het prachtige boek van Henri Nouwen

Op zo’n lang evangelie kan alleen een korte preek volgen. En Jezus is vandaag in zijn woorden zo duidelijk dat veel uitleg ook niet nodig is. Hij brengt ons zijn evangelie, zijn goede tijding, zijn heilsboodschap in prachtige beelden, en in drie parels van parabels geeft hij ons zijn boodschap te verstaan. Jezus schildert hoe het er aan toegaat in het koninkrijk van zijn hemelse Vader. Zijn verhalen wortelen in onze aardse werkelijkheid, maar verlopen anders dan wat wij waarnemen. Welke herder zal inderdaad zijn kudde achtelaten, met het risico dat de dieren schrikken en alle kanten op vluchten, dat zij een prooi worden voor dieven of wilde dieren? Zou een vrouw die iets in huis verliest en het terugvindt echt de buren uitnodigen om te vieren? En zouden er vaders zijn zoals de vader in de parabel, zo liefdevol naar beide zonen? Het lijken mij geen beelden van aardse werkelijkheid, maar met elementen uit het leven van alledag tekent Jezus het leven zoals dat geleefd wordt in Gods koninkrijk, waartoe Hij ons uitnodigt, dat Hij voor ons opent en mogelijk maakt. Een nieuwe samenleving, een nieuw heilsorde, zo gaat het er aan toe in het koninkrijk der hemelen, zo handelt mijn en uw hemelse Vader.

Drie parabels plaatst Lucas hier bij elkaar, en drie maal bevatten zij dezelfde boodschap: God ziet om naar mensen die gelden als afgeschreven, voor wie geen toekomst meer is. Zo’n schaap dat in de wildernis verdwaald is: dat dient als verloren te worden beschouwd, daar is geen redden aan. Je kunt toch onmogelijk de hele kudde gevaar laten lopen en op zoek gaan? Hoeveel kans dat je het vindt? Dat je er in slaagt het terug te brengen naar de kudde? Wees realist en schrijf het af.

En die huisvrouw die een munt kwijt is uit haar portemonnee: Die kan gestolen zijn, of onderweg verloren. Dan is dat zo. Jammer, maar neem je verlies, en let voortaan goed op. Maar nee, zij haalt haar hele huis onderste boven, en warempel: zij vindt de verloren munt terug! De zoon die er met zijn erfdeel vandoor is gegaan, en alles er door heeft gedraaid. Heeft hij niet voldoende bewezen dat hij geen knip voor de neus waard is? Dat hij een onnutte losbol is, zijn verstand niet kan gebruiken, en geen hart heeft voor de thuissituatie, voor zijn oude vader en zijn hard werkende broer? Misschien maar goed dat hij weg is gegaan, anders had hij heel het bedrijf van zijn vader met zijn onverstand naar de kwartjes geholpen.

Drie keer een normale reactie op de bestaande situatie. Begrijpelijk, en redelijk, je kunt het moeilijk anders zien. Maar Jezus ziet het anders. Drie maal. Hij geeft zijn visie. Niet als een dogma, niet met een grote redenering, met een logica waar je niet onderuit kunt. Met een verhaal. Een verhaal dat vertelt: zo werkt God. Zo denkt God. Hij laat niet vallen het werk van zijn handen. Hij zoekt het verlorene, en richt het gevallene op, Hij herstelt het gebrokene en vernieuwt wat stuk is gemaakt. Hij wijst een weg naar een onvermoede toekomst.

Betekent dit dat wij onbekommerd kunnen leven, en eigenlijk maar raak doen? Daarop zou ik niet inzetten. Als monnik zoek ik het bij de wijsheid van vader Benedictus die als instrumenten om goed te handelen noemt: de dag des oordeels vrezen, en beducht zijn voor de hel, maar uiteindelijk en bovenal: de raad waarmee Benedictus zijn lange opsomming van goede werken besluit: “de Dei misericordia numquam desperare”  nooit aan Gods barmhartigheid wanhopen. Gods barmhartigheid is immers eindeloos. Mocht onze samenleving die overtuiging overnemen en daarnaar leven. Deze zondag worden wij uitgenodigd daarin te geloven, dat tot basis te maken van ons leven, en die overtuiging in ons leven in praktijk te brengen. Moge dat de genade zijn van deze viering en van deze zondag.

br. Gerard Mathijsen osd

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden